‘Ik ben Groot’: Dubbelzinningheid is een superkracht

/

Superhelden zijn fascinerend, ook voor onderzoekers. Een filosoof kan vergelijkingen trekken tussen superhelden en Nietzsches idee van de Übermensch. Een geschiedkundige kan onderzoeken hoe superhelden mee veranderen met de maatschappij, van de blanke, mannelijke Superman tot Wonder Woman en Black Panther. Voor een taalkundige zijn superhelden interessant omdat ze ons laten zien waar de grenzen van de menselijke taal liggen. In een vorige blogpost schreef ik over Yoda uit Star Wars. Zijn woordvolgorde is werkelijk buitenaards omdat hij alle mogelijke regels breekt. Vandaag is de beurt aan Guardians of the Galaxy, waarin verschillende personages uit de Marvel Comics voorkomen.

Eén van de superhelden is Groot, een boomachtig wezen. Hij kan takken van verschillende lengtes en hoogtes uit zijn lichaam laten groeien, andere planten en bomen beheersen, een bloempje op z’n hand laten groeien en lichtgevende zaden produceren. Hij kan ook zichzelf regenereren en vanuit een kleine stengel weer boomlang groeien. In the film wordt Groot vertolkt door acteur Vin Diesel.

Wat belangrijk is, is dat de woordenschat van Groot erg beperkt is. Het enige wat hij kan zeggen is “Ik ben Groot”, en alleen in deze woordvolgorde (hoewel hij, om precies te zijn, één keer “Wij zijn Groot” zegt, vlak voordat hij in een gevecht zijn leven opoffert voor de Guardians of the Galaxy). Gelukkig voor hem kan zijn handlanger Rocket, een intelligente wasbeer, Groot wel verstaan en gesprekken met hem voeren.

In een andere blogpost heb ik het al eens gehad over George K. Zipf, die veel kwantitatieve patronen in de menselijke taal vond, waaronder de beroemde wet van Zipf. Zipf beargumenteerde dat talen gevormd worden door twee tegenstrijdige krachten, die hij de kracht van eenwording en de kracht van diversificatie noemde. De kracht van eenwording vertegenwoordigt het standpunt van de spreker. Voor de spreker is het voordelig om slechts één woord in het lexicon te hebben, wat alle mogelijke betekenissen omvat. In dat geval hoeft de spreker namelijk geen moeite te doen om te kiezen tussen verschillende woorden. De kracht van diversificatie vertegenwoordigt het standpunt van de luisteraar. Voor de luisteraar is het beter als er voor elke afzonderlijke betekenis een ander woord is. In bestaande talen zijn deze tegenstrijdige krachten in evenwicht. Er is een klein aantal korte, veelgebruikte woorden die meerdere betekenissen hebben en daarom dubbelzinnig zijn, zoals weer, lopen, af en kop. Er zijn ook een hoop woorden die minder vaak gebruikt worden. Die zijn vaak langer en hebben een preciezere en daardoor ondubbelzinnige betekenis, zoals vermenigvuldigen en wispelturig.

Het is duidelijk dat Groot een voorbeeld is van een extreem geval van de kracht van eenwording. Hij gebruikt slechts één uitdrukking om het waar dan ook over te hebben. Dat is maximale dubbelzinnigheid.

Maar hoe fictief is zo’n situatie? Als we naar bestaande talen kijken, dan komen we daar ook een hoop dubbelzinnigheid tegen. Dubbelzinnigheid is zo gewoon dat we ons er eigenlijk alleen bewust van worden in grappen, woordspelingen en onhandige reclameborden en krantenkoppen:

  • Wat zeg je over een aardappelboer die in de problemen zit? Hij zit in de puree!
  • Als vliegen vliegen, vliegen vliegen vliegen achterna.
  • “Onze medewerkers van de buitenafdeling zijn er vandaag niet. Voor vragen kunt u terecht bij de kamerplanten.” (Bord in de Intratuin.)
  • “Tijdelijk minder zomers” (Kop in het AD boven een weerbericht dat voorspelde dat het de komende dagen minder warm zou zijn.)

Het feit dat dubbelzinnigheid zo veelvoorkomend is, is de reden dat sommige taalkundigen geloven dat taal niet geëvolueerd is om als communicatiemiddel te gebruiken. Zoals Noam Chomsky schreef:

“Het zal wellicht blijken dat het gebruik van taal voor communicatie een soort epifenomeen is… Als je er zeker van wilt zijn dat we elkaar nooit verkeerd begrijpen, daarvoor is taal niet goed ontworpen, omdat je eigenschappen als dubbelzinnigheid hebt. Als we de eigenschap willen hebben dat de dingen die we normaal gesproken zouden willen zeggen kort en eenvoudig zijn, dan heeft het die eigenschap waarschijnlijk niet.”

Dus volgens Chomsky is de dubbelzinnigheid van taal een belemmering voor efficiënte communicatie. Tegelijkertijd geloven vele anderen dat de potentiële bedreiging van communicatie door dubbelzinnigheid wordt overschat. Meestal helpen zowel de context als de intonatie om te begrijpen wat de bedoelde betekenis was. Dubbelzinnigheid is niet alleen minder gevaarlijk dan sommigen denken, het kan ook ons ook juist helpen als we iets willen zeggen. Zo kunnen we onszelf articulatorische inspanning besparen door korte, dubbelzinnige woorden te gebruiken, mits er voldoende context is om de boodschap te achterhalen.

Wil je bewijs? Neem als voorbeeld een uitspraak uit de romantische comedy When Harry Met Sally (1981). In de beroemde scène waarin Meg Ryan een orgasme faket terwijl ze aan een tafeltje in een druk café zit, zegt een andere vrouwelijke klant tegen de ober: “Doe mij maar wat zij heeft”. De zinsstructuur Doe mij maar X is een typische manier om iets te bestellen in een restaurant. Het veelvoorkomende woordje heeft wordt hier gebruikt in de betekenis van “eten” of “drinken”. We kunnen gemakkelijk de bedoelde betekenis achterhalen door terug te vallen op onze kennis van zulke dagelijkse situaties, die georganiseerd zijn in zogenoemde scripts en schema’s. Het resultaat is dat de dubbelzinnige uitspraak Doe mij maar X geen probleem vormt voor onze communicatie. De dubbelzinnigheid helpt ons juist tijd en moeite te besparen. Zonder deze kennis zouden we iets moeten zeggen in de trant van: Ik vraag jou om mij X te brengen, wat ik van plan ben op te eten of drinken. Ik beloof jou om later voor X te betalen. Dat zou veel meer moeite kosten, of niet?

Dubbelzinnigheid kan ook erg behulpzaam zijn in de politiek en in reclames. De producent van Duracell-batterijen beweert bijvoorbeeld dat hun batterijen “langer meegaan”, maar langer dan wat? Dubbelzinnigheid kan ook helpen als je diplomatiek wilt zijn. Zo kun je tactisch tegen een vriend(in) die een slecht gedicht heeft geschreven zeggen dat “jouw gedicht op geen enkele manier verbeterd zou kunnen worden”.

Met andere woorden, dubbelzinnigheid is geen tekortkoming of mankement. Het is een superkracht. Wij zijn Groot!

 

Schrijver: Natalia Levshina
Redacteur: Naomi Nota
Nederlandse vertaling: Eva Poort
Duitse vertaling: Bianca Thomsen
Eindredactie: Eva Poort, Merel Wolf

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp