De verbinding tussen denken en schrijven zit in je toetsenbord

/

Michelle Czajkowski is taaltoets specialist en promovenda, waar ze onderzoekt hoe het schrijfproces de kwaliteit van teksten beïnvloedt. Haar onderzoek richt zich niet alleen op wat studenten schrijven, maar vooral op het diagnosticeren en verbeteren van hoe zij schrijven. In deze blog deelt Michelle hoe taal, typen en cognitie elkaar wederzijds beïnvloeden en hoe onze gedachten, mond en handen met elkaar verbonden zijn in het schrijfproces.

 

Typen: Een verloren kunst of een universele vaardigheid?

Mijn moeder ging in de jaren zestig naar de secretaresseopleiding. Tot op de dag van vandaag typt ze met al haar tien vingers en kijkt ze nooit naar het toetsenbord, een methode die bekend staat als blind typen. Mijn vader daarentegen hoefde zelden een toetsenbord te gebruiken. Hij typt nog steeds met twee vingers, langzaam en bedachtzaam, als twee kippen die op de grond naar voer pikken, een stijl die hunt and peck wordt genoemd. Tegenwoordig volgen nog maar weinig mensen een typecursus om te leren typen zoals mijn moeder, maar bijna niemand typt zo weinig als mijn vader. Typen is iets wat we bijna allemaal doen, ook al hebben de meesten van ons nooit geleerd hoe het eigenlijk moet. In deze blog ga ik in op een aantal mythes en aannames, en laat ik zien wat onderzoek daar daadwerkelijk over zegt.

Laten we beginnen met een fundamentele vraag. Moeten we typelessen weer terugbrengen? Uit onderzoek blijkt dat slechts zestien procent van de middelbare scholieren typelessen heeft gekregen, terwijl alle middelbare scholieren na verloop van tijd vooruitgang boekten. Meer typen leidt simpelweg tot beter typen, maar ook de techniek is belangrijk. Eén factor bleek nog belangrijker dan de oefentijd: het aantal vingers dat gebruikt wordt. Typisten die de hunt and peck manier gebruikten, bleven achter, ongeacht hoeveel ze oefenden. Beginnen met het gebruiken van alle vingers kan op de lange termijn dus een groot verschil maken.

Betekent goed kunnen typen dan ook dat je beter kunt schrijven? Nadat een onderzoek de typevaardigheid van universitaire studenten had gemeten, bleek dat snellere typisten tijdens tijdgebonden essayexamens over het algemeen meer tekst produceerden, en dat langere antwoorden samenhingen met hogere cijfers. Er was echter geen direct statistisch verband tussen typesnelheid en examencijfers. Sneller typen stelde studenten in staat om meer woorden op papier te krijgen, maar alleen degenen met de ideeën, kennis en schrijfvaardigheden om dat te ondersteunen, behaalden betere resultaten. Typen kan dus een nuttig hulpmiddel zijn, maar het is geen vervanging voor inhoud. Goed kunnen typen kan wel de inhoud ondersteunen. Typen is een basisvaardigheid en wanneer zulke vaardigheden worden geautomatiseerd, komt er meer werkgeheugen vrij voor taken zoals plannen, structureren en aanpassen. Goed leren typen vergroot je cognitieve vermogen om meer te doen met de kennis en ideeën die je al hebt.

Tot slot, hoe snel is “snel genoeg”? Uit onderzoek blijkt dat voor middelbare scholieren een typesnelheid boven de twintig woorden per minuut geen invloed heeft op de kwaliteit van het schrijven. Daaronder begint de kwaliteit wel te veel te lijden. Als typen cognitief moeilijk is, gebruiken schrijvers een langzaam, stapsgewijs proces van denken, pauzeren, typen en herhalen. Wanneer typen automatisch wordt, worden deze processen geïntegreerd. Twintig woorden per minuut typen is erg laag. Gemiddeld typen universitaire studenten rond de 41,5 woorden per minuut, waarbij de overgrote meerderheid boven deze grens zit en hun schrijfwerk daardoor waarschijnlijk niet wordt beïnvloed door slechte typevaardigheden.

De belangrijkste boodschap? Test je typsnelheid en zorg dat je minstens twintig woorden per minuut haalt (wat waarschijnlijk het geval is) en gebruik bij voorkeur al je vingers. Door je typsnelheid te verbeteren, maak je meer ruimte vrij in je hoofd voor ideeën tijdens het schrijven.

 

Typen: een motorische of taalkundige vaardigheid?

Heb je je typsnelheid in je moedertaal getest? Probeer het dan opnieuw in een tweede taal die je minder goed beheerst. Ik deed de test in het Engels (80 woorden per minuut), Nederlands (64) en Spaans (35). Goed kunnen typen hangt niet alleen af van hoe snel en nauwkeurig we onze vingers naar de juiste toetsen bewegen, maar ook van onze taalkundige kennis. Als we willen meten of iemand goed kan typen, moeten we dus beide factoren meenemen.

De meeste online typetesten vragen je om een ​​minuut lang willekeurige woorden te typen, zoals de gelinkte test hierboven. Veel werk gerelateerde typetesten daarentegen vragen je om een volledige, betekenisvolle tekst over te typen. Beide soorten testen zijn nuttig, maar ze meten niet precies hetzelfde. De eerste test gaat meer over snelheid en coördinatie van de spieren, terwijl de tweede vooral afhankelijk is van taalvaardigheden, zoals het begrijpen van zinsstructuren en vertrouwd zijn met de woordenschat van het onderwerp. In taalkundig onderzoek kan het meten van beide factoren helpen bij het onderzoeken van taalkennis en -vaardigheid. Mijn typetestresultaten laten bijvoorbeeld zien dat Engels mijn moedertaal is, dat mijn Nederlands behoorlijk goed is en dat mijn Spaans nog op beginnersniveau zit.

Figuur 1. Een illustratie van Logan & Crumps (2011) twee lussen theorie over typevaardigheid, met een binnenste (groene) lus die de motoriek van het typen bestuurd en een buitenste (blauwe) lus die de taalvaardigheid van het schrijven bestuurd.

Wat is de relatie tussen vaardige vingerbewegingen en taal? Onderzoekers Gordon D. Logan en Matthew Crump stellen de zogenaamde twee lussen theorie van typevaardigheid voor. Volgens deze theorie wordt typen bestuurd door twee systemen: één dat zich bezighoudt met taal (het kiezen en ordenen van woorden) en één dat routinebewegingen van de vingers over het toetsenbord regelt. Het ene systeem weet wat er gezegd moet worden en geeft dit woord voor woord door. Het typesysteem verdeelt vervolgens elk woord in letters en toetsaanslagen en maakt daarbij gebruik van geautomatiseerde, geoefende bewegingen. Belangrijk is dat de twee lussen semi-onafhankelijk van elkaar werken. Vaardige typisten kunnen bijvoorbeeld vaak niet zeggen waar de toetsen zich bevinden of welke hand welke letter aanslaat, terwijl hun vingers moeiteloos de juiste toetsen vinden. De buitenste lus hoeft niet te weten hoe de toetsen worden ingedrukt, alleen dat het gewenste resultaat wordt bereikt. Deze scheiding helpt verklaren hoe we vloeiend kunnen typen in een taal die we goed kennen en waarom onze vloeiendheid afneemt wanneer kennis van de taal of motorische controle (beheersing van de spieren) ontbreekt.

Goed typen is dus het resultaat van de coördinatie tussen verschillende systemen (cognitief, taalkundig en motorisch) die meestal zo naadloos samenwerken dat we vergeten dat ze er zijn. Hoe beter we deze lagen begrijpen, hoe beter we kunnen begrijpen wat er gebeurt wanneer schrijven soepel verloopt en wanneer niet. Bij typen draait vloeiendheid dus niet alleen om snelheid, maar ook om het vermogen om je gedachten te richten op wat je wilt zeggen, terwijl je vingers zich richten op hoe je het typt. Typen blijkt dus niet alleen een technische vaardigheid te zijn, maar ook een manier waarop denken in doen verandert.

 

Typen: een hulpmiddel voor transcriptie of een partner in cognitie?

Antwoord snel! Is blark een Engels woord? Als je een ervaren blindtyper bent, heb je waarschijnlijk iets langzamer geantwoord dan iemand die de hunt and peck manier gebruikt. Bij pseudowoorden als blark stuurt het visuele systeem van je hersenen de input naar het taalcentrum, dat denkt: hmm… dit lijkt geen Engels woord te zijn. Maar het woord bereikt ook het motorische systeem en bij ervaren typisten duwt dat systeem een beetje terug: dit vingerpatroon voelt bekend, zegt het en dat is genoeg om je beslissing net iets te vertragen.

Bij het verwerken van een geschreven woord blijken de hersenen niet alleen afhankelijk te zijn van taalkundige kennis. Het maakt ook gebruik van sensorische en motorische ervaringen die met dat woord verbonden zijn. Dit is het basisidee achter belichaamde taaltheorieën: de gedachte dat taal geworteld is in het lichaam. Typen blijkt daarbij een belangrijke manier te zijn waarop we taal met ons lichaam produceren. Volgens deze theorieën creëert jarenlange type-ervaring een soort spiergeheugen dat geïntegreerd raakt in hoe we taal begrijpen. Wanneer je een woord leest, verwerken de hersenen het dus niet alleen visueel of semantisch, maar maken ze ook gebruik van het gevoel van hoe het getypt wordt. 

Een recent onderzoek laat deze interactie in beweging zien. Deelnemers typten verschillende soorten werkwoorden. Sommige gingen over handelingen met de handen, zoals pakken. Andere hadden betrekking op andere lichaamsdelen, zoals lopen of waren werkwoorden zonder actie, zoals geloven. Het typen verliep langzamer en minder nauwkeurig voor woorden die met de handen te maken hadden. Dit suggereert dat het motorische systeem al geactiveerd was tijdens het begrijpen van het woord en zo de fysieke handeling van typen verstoord. De hersenen stuurden signalen naar de hand in voorbereiding op de actie van pakken in plaats van typen, waardoor lichaam en hersenen even tegen elkaar werkten. Dit effect werd niet alleen bij moedertaalsprekers waargenomen, maar ook bij mensen die de taal leerden.

Typen kan ook een actieve rol spelen bij het leren van een taal. Zo helpt typen leerlingen de statistische patronen van een taal op te nemen, zoals waarom blark plausibel klinkt terwijl bparq dat niet doet. Door regelmatig te typen internaliseren leerlingen deze zogenaamde orthotactische patronen zonder expliciete instructie. Bovendien helpt het typen van een woord niet alleen om te onthouden hoe het gespeld wordt, maar ook om te leren hoe het wordt uitgesproken. Het typen van nieuwe woorden verbetert zowel het onthouden van geschreven als gesproken woorden beter dan alleen een spreekoefening. Dit wijst op een sterke, wederzijdse verbinding tussen typen en taalverwerving, die invloed heeft op hoe we geschreven taal in het algemeen verwerken.

Zelfs de indeling van het toetsenbord kan ons denken beïnvloeden. Mensen lijken bijvoorbeeld anagrammen gemakkelijker op te lossen wanneer de letters in een bekend toetsenbordpatroon staan. Dit suggereert dat onze hersenen niet alleen visuele herkenning gebruikt bij het werken met woorden, maar ook motorisch geheugen aanspreekt: de ruimtelijke kennis van waar de letters “liggen” onder onze vingers. Typegewoonten laten diepe sporen na in de hersenen en helpen ons taal te begrijpen, zelfs wanneer we niet actief typen. Typen zet gedachten dus niet alleen om in actie, het zet actie ook weer om in gedachte.

 

Schrijver: Michelle Czajkowski

Redactie: Jitse Amelink

Vertaling Nederlands: Lieke Herraets

Vertaling Duits: Anna Serke

 

Aanbevolen literatuur

Referenties

How Typing Develops in Students:

Pinet, S., Zielinski, C., Alario, F. X., & Longcamp, M. (2024). On the Acquisition of Typing Skills Without Formal Training by School-Aged Children.

University Students, Typing and Writing Quality

Sperl, L., Breier, C. M., Grießbach, E., & Schweinberger, S. R. (2024). Do typing skills matter? Investigating university students’ typing speed and performance in online exams. Higher Education Research & Development, 43(4), 981-995.

Lower and Higher Order Writing Tasks

Kellogg, R. T. (2001). Competition for working memory among writing processes. The American Journal of Psychology, 114(2), 175.

Olive, T., & Kellogg, R. T. (2002). Concurrent activation of high-and low-level production processes in written composition. Memory & Cognition, 30(4), 594-600.

The 20-wpm Threshold

Gong, T., Zhang, M., & Li, C. (2022). Association of keyboarding fluency and writing performance in online-delivered assessment. Assessing Writing, 51, 100575.

The Two-Loop System:

Logan, G. D., & Crump, M. J. (2011). Hierarchical control of cognitive processes: The case for skilled typewriting. In Psychology of learning and motivation (Vol. 54, pp. 1-27). Academic Press.

“Blark”:

 Cerni, T., Velay, J. L., Alario, F. X., Vaugoyeau, M., & Longcamp, M. (2016). Motor expertise for typing impacts lexical decision performance. Trends in Neuroscience and Education, 5(3), 130-138.

Typing Action Words, e.g. Grab:

Ghavam Rankohi, Z., Liepelt, R., Luchterhand-Dehn, J., & Sperl, L. (2025). Embodied cognition in native and foreign language–evidence from a typing task. Journal of Cognitive Psychology, 37(1), 15-38.

Typing and Speaking New Words:

Pinet, S., & Martin, C. D. (2025). Cross-modal interactions in language production: evidence from word learning. Psychonomic bulletin & review, 32(1), 452-462.

Anagrams:

Wamain, Y., Ott, M., Longcamp, M., & Danna, J. (2023, September). Embodied cognition in written word processing: Evidence from an anagram-solving task [Poster presentation]. ESCOP 2023 Conference, Thessaloniki, Greece.