In deze blogs (Brain part 1 en Brain part 2) hebben we het gehad over hoe elk brein een beetje anders is en hoe het gedurende het hele leven blijft veranderen. Maar hoe bestuderen wetenschappers deze verschillen? En als iedereen anders is, hoe weten ze dan wat ‘normaal’ is?
Een manier is door de vorm van iemands hersenen te vergelijken met een standaard ‘sjabloon’ van hersenen. Onderzoekers kijken hoeveel bepaalde delen van de hersenen moeten uitrekken of krimpen om overeen te komen met het sjabloon. Zo kunnen ze zien welke delen het meest verschillen tussen mensen. Ze gebruiken zelfs kleurrijke kaarten om te laten zien waar deze verschillen zich voordoen.
Een andere methode is het gebruik van ‘hersenenkaarten’, een beetje zoals de groeikaarten die artsen gebruiken om de lengte of het gewicht van een kind bij te houden. Deze grafieken laten zien wat gebruikelijk is voor zaken als hersengrootte of -dikte op verschillende leeftijden. Als iemands hersenen er heel anders uitzien dan op de grafiek, kan dat betekenen dat er iets is dat onderzocht moet worden.
Maar hier zit een addertje onder het gras: bij de meeste van deze methoden wordt variabiliteit in gezonde hersenen behandeld als kleine veranderingen rond een gemiddelde. Dat lijkt misschien redelijk, totdat je nadenkt over wat gemiddelden eigenlijk betekenen.
Hier is een voorbeeld: stel dat je 10 vrienden hebt. Vijf van hen hebben elk 5 snoepjes en vijf hebben er maar 1. Het gemiddelde is 3 snoepjes, maar niemand heeft er daadwerkelijk 3. Dat gemiddelde getal geeft niet de werkelijke ervaring van iemand weer. Hetzelfde kan gebeuren als we het hebben over het ‘gemiddelde brein’. Het geeft misschien niet weer hoe het brein van een persoon daadwerkelijk werkt.
Hoewel hersensjablonen en grafieken wetenschappers helpen om algemene trends te zien, geven ze geen volledig beeld van wat elk brein uniek maakt.
Uitzoeken wat als gemeenschappelijk geldt, wat echt uniek is, hoeveel variatie ertoe doet en hoe een gedeeld patroon zich anders manifesteert in individuele hersenen – dat is een uitdaging die filosofen en onderzoekers vandaag de dag nog steeds bezighoudt.
Aanbevolen literatuur:
- Croxson PL, Forkel SJ, Cerliani L, Thiebaut de Schotten M. Structural Variability Across the Primate Brain: A Cross-Species Comparison. Cereb Cortex. 2018 Nov 1;28(11):3829-3841. doi: 10.1093/cercor/bhx244. PMID: 29045561; PMCID: PMC6887925.
- Ge R, Yu Y, Qi YX, Fan YN, Chen S, Gao C, Haas SS, New F, Boomsma DI, Brodaty H, Brouwer RM, Buckner R, Caseras X, Crivello F, Crone EA, Erk S, Fisher SE, Franke B, Glahn DC, Dannlowski U, Grotegerd D, Gruber O, Hulshoff Pol HE, Schumann G, Tamnes CK, Walter H, Wierenga LM, Jahanshad N, Thompson PM, Frangou S; ENIGMA Lifespan Working Group. Normative modelling of brain morphometry across the lifespan with CentileBrain: algorithm benchmarking and model optimisation. Lancet Digit Health. 2024 Mar;6(3):e211-e221. doi: 10.1016/S2589-7500(23)00250-9. PMID: 38395541; PMCID: PMC10929064.
