Hoe je rol in een gesprek je geheugen beïnvloedt: een interview met dr. Eirini Zormpa

/

Dr. Eirini Zormpa was PhD-student aan het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek. Ze verdedigde haar dissertatie ‘Memory for speaking and listening’ op 18 december 2020.

1. Wat was de hoofdvraag van je onderzoek?
De hoofdvraag van mijn dissertatie was hoe goed we dingen die we zeggen kunnen onthouden vergeleken met de dingen die we horen, vooral in gesprekken.

Eirini Zormpa
2. Kun je de (theoretische) achtergrond in wat meer detail uitleggen?
Taal en geheugen zijn beide erg belangrijke aspecten van onze vaardigheid om de wereld om ons heen waar te nemen en ermee te communiceren. Hoewel we weten dat deze aspecten met elkaar samenwerken, weten we niet hoe. Decennia van onderzoek naar geheugen heeft aangetoond dat we woorden waar we zelf mee komen beter onthouden dan woorden die we lezen. Vergelijkbaar is dat we woorden die we hardop zeggen beter onthouden dan woorden die we in ons hoofd zeggen. Dan moet het wel het geval zijn dat ons geheugen op enige manier beïnvloed wordt door spreken. In mijn PhD onderzocht ik waarom en hoe ons geheugen voordeel heeft van spreken.

3. Waarom is het belangrijk om een antwoord op deze vraag te vinden?
Het verkrijgen van een beter idee van hoe taal en geheugen met elkaar in verbinding staan is cruciaal voor ons begrip van menselijke cognitie. Een ander element van mijn werk is dat ik de relatie tussen geheugen en taal in de context van een gesprek heb onderzocht. Dit is nogal ongebruikelijk, omdat het erg moeilijk is om gesprekken te bestuderen. Echter, ik denk dat het erg belangrijk is om taal te onderzoeken in een communicatieve context – communicatie is uiteindelijk natuurlijk één van de basisdoelen van taal.

4. Kun je één specifiek project omschrijven?
Het project waar ik het meest enthousiast over was is die waarin ik daadwerkelijk twee participanten in het lab kreeg die met elkaar praatten. De uitdaging hier was om een experiment te ontwerpen waarin de participanten met elkaar moesten communiceren, maar op zo’n manier dat ik kon onderzoeken wat ik wilde onderzoeken. Dat hield in dat ik wilde dat ze op specifieke momenten bepaalde woorden zeiden, die gelijk waren in gedenkwaardigheid, in plaats van te praten over wat ze gisteravond gegeten hadden of wat hun favoriete sportteam was. Uiteindelijk zijn we gegaan voor een design waarbij participanten voor een scherm zaten en het scherm van de andere participant niet konden zien.

Op het scherm verschenen verschillende afbeeldingen van objecten. Eén van de participanten was de “informatiezoeker”, die vragen zou stellen over de objecten op het scherm, en de andere participant was de “informatiegever”, die de vraag zou beantwoorden. Voordat de afbeeldingen verschenen zag de informatiezoeker een “1” op één van de plekken waar de afbeelding kon verschijnen. Dit gaf aan dat, wanneer de afbeeldingen verschenen, ze iets moesten vragen over de afbeelding die verscheen op de plaats van de “1”. De informatiegever zag een “2” op één van de plekken waar de afbeelding kon verschijnen, wat aangaf dat er in het antwoord iets gezegd moest worden over de afbeelding die verscheen op de plek van de “2” (zie figuur 1). Wanneer de afbeeldingen verschenen, vroeg de informatiezoeker: “wat staat er naast de…” en benoemde dan het object dat verschenen was op de plaats van de “1”. De informatiegever antwoordde vervolgens door de afbeelding te benoemen die verschenen was op de plaats van de “2”. Dit ging een tijdje zo door: de informatiezoeker vroeg iets over één van de afbeeldingen en de informatiegever antwoordde door één van de andere afbeeldingen te benoemen. Een dag later deden beide participanten een geheugentest waar ze de namen van de afbeeldingen waar ze over gesproken hadden zagen, en ook namen van nieuwe objecten. Ze gaven bij elke objectnaam aan of ze daar de vorige dag over “gesproken” hadden of niet.

 

Afbeelding 1. Wat de informatiezoeker (blauw) en informatiegever (rood) zagen tijdens het experiment

5. Wat is het belangrijkste of interessantste resultaat van je promotieonderzoek?
Ik was erg enthousiast over het resultaat van het project dat ik zojuist beschreven heb. Ik heb gevonden dat de informatiezoekers een goed geheugen hadden voor de objecten waar ze een vraag over gesteld hadden, en – nog interessanter – ze hadden ook een best goed geheugen over de objecten die hun partner noemde in diens antwoord. Informatiegevers hadden daarentegen niet zo’n goed geheugen voor de objecten waar hun partner naar vroeg, maar hadden wel de objecten van hun eigen antwoorden onthouden. Ik ben enthousiast over dit resultaat, omdat het aantoont dat de reden dat iemand een gesprek heeft, effect kan hebben op wat ze onthouden van dat gesprek. Als iemand een gesprek begint met de intentie om nieuwe informatie te krijgen, dan onthouden ze die nieuwe informatie daadwerkelijk. Echter, degene in het gesprek die alleen antwoord geeft en niet echt de intentie heeft om nieuwe informatie te verkrijgen, onthoudt niet zo veel van het gesprek, aangezien ze vooral onthouden wat ze zelf hebben gezegd. Helaas kon ik de dataverzameling niet afronden vanwege de uitbraak van COVID-19, dus hoe enthousiast ik ook ben over deze resultaten, het is belangrijk om op te merken dat het voorlopige resultaten zijn.

6. Wat zijn de gevolgen of implicaties van dit resultaat? Hoe zal dit de wetenschap of de maatschappij verder brengen?
Ik geloof dat deze resultaten benadrukken hoe belangrijk het is om psycholinguïstisch onderzoek uit te voeren op manieren die beter overeenkomen met hoe we in het dagelijks leven met elkaar communiceren. Dynamieken, zoals iemands rol en interesse in een gesprek, kunnen daadwerkelijk impact hebben op de effecten waar we in geïnteresseerd zijn als psycholinguïsten. Echter, we missen die dynamiek vaak door mensen in onze labs één voor één te testen en taal los te koppelen van zijn communicatieve functie.

7. Wat wil je hierna doen?
Tijdens mijn PhD raakte ik ervan overtuigd dat wetenschappers veel te winnen hebben door open, transparant en reproduceerbaar te werken. De afgelopen jaren heb ik mezelf en anderen geleerd om onderzoek opener en reproduceerbaarder te maken. Ik ben blij dat ik kan zeggen dat dit nu mijn fulltime baan is, werkend als trainer op het gebied van research datamanagement en open science aan de Technische Universiteit Delft.
 
Verder lezen
Link naar dissertatie

 
Afbeeldingen
Afbeelding 1: eigen productie

 

Interviewer: Merel Wolf
Redactie: Julia Egger
Nederlandse vertaling: Inge Pasman
Duitse vertaling: Fenja Schlag
Eindredactie: Merel Wolf

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp