Lang vergeten kennis nieuw leven inblazen

/

Voor de meesten van ons is het zo dat de talen waar we als kinderen het meest of zelfs uitsluitend aan blootgesteld zijn, onze moedertalen worden wanneer we volwassen zijn. Dit is natuurlijk geen verrassing of schokkend nieuws. Het is immers bijna altijd het geval dat kinderen, vanaf het moment dat ze geboren worden en totdat ze naar school gaan, opgevoed worden in een natuurlijke omgeving waarin ze constant ervaring opdoen met de talen van hun ouders en eventueel andere talen die prominent zijn in de omringende samenleving. Op die manier worden de talen die ze hoorden als baby’s hun dominante talen als ze volwassen zijn. Voor sommige kinderen – om precies te zijn: geadopteerde kinderen – is dit echter niet het geval.

Sinds het begin van de globalisering van onze wereld is er een enorme toename geweest in het aantal adopties. Veel kinderen, met name uit Aziatische en Afrikaanse landen, worden vanwege financiële of andere redenen geadopteerd en opgevoed in een andere cultuur en taalomgeving dan die waar ze vandaan komen. Bovendien vindt de adoptie vaak plaats voordat de kinderen 5 of 6 jaar oud zijn. Dit betekent dat de blootstelling aan hun geboortetalen op abrupte wijze onderbroken wordt voordat het taalverwervingsproces met goed gevolg afgerond kon worden.

In plaats daarvan worden de geadopteerde kinderen – die ook wel “internationaal geadopteerden” genoemd worden – ondergedompeld in een nieuwe taalomgeving en blootgesteld aan de taal van hun adoptieouders terwijl ze nog jong zijn. Deze zogenaamde ‘adoptietaal’ zal uiteindelijk hun nieuwe moedertaal worden, of zoals sommigen het ook wel noemen, hun tweede eerste taal. De taalontwikkeling van geadopteerde kinderen biedt ons een kans om taalattritie en -behoud te onderzoeken. Taalattritie betreft het proces waarin een persoon bepaalde aspecten van zijn of haar moedertaal verliest, terwijl taalbehoud draait om het vermogen om kennis van een of meerdere talen te behouden door de tijd heen en ongeacht obstakels die zich voor kunnen doen. Dit roept een interessante vraag op, namelijk: In hoeverre behouden geadopteerde kinderen kennis van hun geboortetaal, als ze dat überhaupt al doen?

Veel geadopteerden verliezen het vermogen om hun geboortetaal te spreken, maar betekent dit dat ze er werkelijk geen kennis van overhouden? Om deze vraag te beantwoorden, hebben wetenschappers onderzocht of volwassen internationaal geadopteerden bepaalde fonemische contrasten – een minimaal verschil in uitspraak dat tot verschillende betekenissen leidt – kunnen herkennen die voorkomen in hun geboortetaal maar niet in de adoptietaal. In het Koreaans is er bijvoorbeeld een betekenisvol verschil tussen een p-klank met een extra lange uitademing (“phul” betekent ‘gras’) en een p-klank zonder dat extra beetje adem (“pul” betekent ‘vuur’). In een taal als het Zweeds maakt het niet uit of je een p-klank of een ph-klank uitspreekt; het leidt niet tot verschillende woorden met verschillende betekenissen.

Of een klankverschil betekenisvol is, heeft een vreemd effect op hoe we de klanken waarnemen. Omdat het verschil betekenisvol is in het Koreaans, kunnen volwassen sprekers van het Koreaans het onderscheid tussen p en ph waarnemen. Zij horen duidelijk twee verschillende klanken. Sprekers van talen waarin dit onderscheid tussen p en ph niet betekenisvol is, kunnen dat vaak niet, of als ze het wel kunnen, vaak niet zonder moeite.

Kunnen geadopteerde kinderen die geboren zijn in Korea deze fonetische verschillen herkennen als ze niet voorkomen in hun adoptietaal? Met andere woorden, behouden kinderen het vermogen om deze klankverschillen op te merken ook al hebben ze jarenlang geen Koreaans gehoord? Onderzoekers hebben ontdekt dat Koreaanse geadopteerden in Zweden (in het Zweeds speelt het onderscheid tussen p en ph geen rol) beter waren in taken waarvoor ze zulke specifiek Koreaanse klankverschillen moesten waarnemen en herkennen nadat ze een korte training hadden gedaan waarin ze opnieuw blootgesteld werden aan het Koreaans, in vergelijking met mensen die geboren waren in Zweden en nog nooit Koreaans hadden gehoord maar wel dezelfde korte training hadden doorlopen. Wat betekent dat?

Allereerst illustreert het feit dat perceptuele kennis van een taal zelfs na een beperkte hoeveelheid blootstelling op de een of andere manier behouden kan blijven, hoe belangrijk die vroege blootstelling is, ongeacht hoe kort het was. Onderzoek op het gebied van taalverwerving kan enorm profiteren van zulke bevindingen. Zo kan het ons helpen bij het ontrafelen van de onderliggende factoren en processen die kunnen verklaren waarom en hoe deze vroege en soms erg korte ervaringen met een taal zulke langdurige effecten kunnen hebben op iemands taalsysteem en hun vermogen om klanken van elkaar te onderscheiden. We kunnen ook onderzoeken of deze factoren enkel betrekking hebben op taal of gerelateerd zijn aan algemenere cognitieve vaardigheden. Bijvoorbeeld wat geheugen betreft – een mechanisme dat niet alleen met taal te maken heeft – lijkt het erop dat onze herinneringen van klanken die we vroeg in ons leven geleerd hebben vele jaren later nog steeds teruggehaald kunnen worden.

Tot slot lieten de resultaten zien dat, zelfs na vele jaren (of zelfs decennia) waarin ze hun geboortetaal niet gebruikt hebben, internationaal geadopteerden erin geslaagd waren om enige kennis van hun geboortetaal te behouden. Met andere woorden: Het lijkt erop dat restanten van de geboortetaal van geadopteerden behouden kunnen blijven tot ze volwassen zijn en dan op succesvolle wijze herinnerd kunnen worden na een korte opfristraining. Kortom, kennis van een geboortetaal is geen slachtoffer van attritie en gedoemd te eindigen in de vergetelheid maar wordt in plaats daarvan behouden en bewaard, ongeacht een lange periode van “slaap”. Het lijkt er dus op dat Singh et al. (2011) gelijk hadden toen ze schreven: “Je raakt dat wat je niet gebruikt niet kwijt”.

Lees verder

  • Brandeis University, (2011, February 23). Capsule History of International Adoption. Geraadpleegd op 17 november 2020, op: https://specials.han.nl/sites/studiecentra/auteursrechten/bronnen-vermelden/apa-normen/#comp00005aa289fd0000003b2b1b5c
  • Choi, J., Broersma, M., & Cutler, A. (2017). Early phonology revealed by international adoptees’ birth language retention. Proceedings of the National Academy of Sciences, 114(28), 7307-7312.
  • Park, H. S. (2015). Korean adoptees in Sweden: Have they lost their first language completely?. Applied Psycholinguistics, 36(4), 773.
  • Singh, L., Liederman, J., Mierzejewski, R., & Barnes, J. (2011). Rapid reacquisition of native phoneme contrasts after disuse: You do not always lose what you do not use. Developmental science, 14(5), 949-959.
  • Ventureyra, V. A., Pallier, C., & Yoo, H. Y. (2004). The loss of first language phonetic perception in adopted Koreans. Journal of Neurolinguistics, 17(1), 79-91.
  • Zhou, W. (2015). Assessing birth language memory in young adoptees (Doctoral dissertation, Radboud University Nijmegen Nijmegen).

Schrijver: Adam Psomakas
Redacteur: John Huisman
Nederlandse vertaling: Dennis Joosen
Duitse vertaling: Barbara Molz
Eindredactie: Eva Poort, Merel Wolf

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp